Interview met dr. Annelou Ypeij: ‘Ik ben niet een groot talenwonder’

In deze serie interview ik mensen over hun visie op en ervaringen met taal in het Nederlandse hoger onderwijs. Meer interviews

Annelou Ypeij is universitair docent bij de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd  in Latijns-Amerikaanse Studies en Gender Studies. Zij geeft les vooral in het Engels, maar praat vaak met haar studenten uit Latijns-Amerika in het Spaans.

Ik geef onderwijs of in het Engels of in het Nederlands. Ik heb wel ooit een cursus gegeven in het Spaans in Chili, echt moeilijk. Het eerste jaar van onze bachelor (Spaanse en Latijns-Amerikaanse Studies) is in het Nederlands. De vervolgjaren van de major Latijns-Amerikaanse Studies zijn in het Engels. Onze Master is in het Engels.

In onze Master is de wisseling van talen het meest merkbaar. Het is een international classroom vooral bestaande uit Nederlandse, Europese en Latijns-Amerikaanse studenten. Onderling spreken de studenten Nederlands, Spaans, Engels en soms Portugees, afhankelijk van hun taalkennis, maar vrijwel alle studenten beheersen Engels en Spaans.

Hoewel het onderwijs in het Engels wordt gegeven, brengt het feit dat iedereen ook Spaans kan wel in beperkte mate een heen en weer switchen met zich mee. De literatuur die studenten lezen is gedeeltelijk in het Spaans. Als we daarover discussiëren sluipen er vanzelf Spaanse woorden in.

Soms, als ik college sta te geven, komt het woord dat ik zoek, in het Spaans en ben ik het Engelse kwijt. Ik ben er tegenwoordig heel makkelijk in om dan aan de studenten te vragen wat het Engels ook weer was. Dat is geen enkel probleem. We worstelen immers allemaal met al die talen in ons hoofd.

Als ik Spaanstalige literatuur citeer of het over mijn respondenten heb, wil ik soms wel iets in het Spaans zeggen, maar dan wel altijd met een Engelse vertaling. Ook noem ik sommige concepten in zowel Spaans als Engels, omdat ik het belangrijk vind, dat studenten die in Latijns-Amerika onderzoek gaan doen ook wat academisch Spaans leren.

In persoonlijke gesprekken spreek ik soms Spaans met studenten uit Latijns-Amerika, bijvoorbeeld bij de begeleiding van hun scriptie. Studenten mogen hun scriptie in het Spaans schrijven. Als ik zo’n scriptie begeleid, switchen we inderdaad in de begeleidingsgesprekken van taal. Geen idee op welk moment zoiets gebeurt.

Eerlijk gezegd ben ik niet een groot talenwonder. Ik heb het opgegeven om Portugees te leren. Het heeft heel lang geduurd voordat ik redelijk Engels sprak. Toen ik als eerste jaars begon, snapte ik echt niks van de teksten die ik moest lezen. Ik heb zoveel in het woordenboek opgezocht! Dat doe ik trouwens nog steeds.

Ook Spaans leren heeft heel veel moeite gekost. Ik ben daar wel drie jaar fanatiek mee bezig geweest. En toen wist ik geen woord Engels meer. Pas tijdens mijn promotie ben ik beide talen naast elkaar gaan gebruiken. Ik woonde toen in Mexico. Dat heeft mijn vaardigheid enorm verbeterd uiteraard. Bovendien is mijn man wel een talenwonder en nooit moe om me te verbeteren. Hoe irritant ook, ik heb er veel van geleerd.

Ik denk dat ik nu zowel in het Engels en Spaans redelijk vloeiend ben. Ik kan heel goed een dagelijks conversatie houden of een interview doen. Bovendien schrijf en publiceer ik in beide talen. Maar 2 x 45 minuten college geven is wel andere koek. Dan merk ik dat ik tegen de grenzen van mijn taalvaardigheid aanloop, omdat de vermoeidheid erin sluipt en de zinnen er minder vloeiend uitkomen.

Ik vind het les geven in Engels zwaarder dan in het Nederlands. Ik merk bijvoorbeeld dat ik na een vakantie, als ik lekker uitgerust ben, veel makkelijker Engels spreek dan als ik aan het einde van mijn cursus ben. Soms heb ik echt het gevoel dat ik onzin vertel, omdat ik een woord niet meer weet, of het niet goed kan uitspreken. Prejudices is zo’n woord. Tijdens een college kwam het er niet goed uit. Ik stond ermee te worstelen. Dat vind ik altijd gênant, dan ga ik thuis oefenen.

We zijn een klein, laagdrempelig instituut. Onze Masterstudenten komen veel over de vloer. Ze gebruiken de pantry, de bieb en wandelen bij docenten naar binnen. Ons instituut is internationaal, zowel qua staf als qua studenten, en in de wandelgangen worden vier talen gesproken: Nederlands, Spaans, Portugees en Engels. Degenen die Portugees spreken, spreken ook meestal Spaans. De drempel om te switchen is laag.

Ik denk dat studenten er alleen maar voordeel bij hebben, dat ze in deze meertalige internationale omgeving functioneren. Je merkt, dat het Engels van vooral studenten uit Latijns-Amerika erg vooruit gaat gedurende het Masterprogramma. Omdat ik als docent er open over ben, dat ik het ook soms niet weet, zijn er denk ik voor hen ook niet zoveel drempels.

Ik vind het super belangrijk, dat Nederlandse studenten in het Engels studeren. Zeker in het veld Latijns-Amerikaanse Studies. Maar dus niet alleen Engels. Spaans is misschien nog wel belangrijker. Bovendien worden studenten opgeleid voor de internationale arbeidsmarkt. Dus ik zou zeggen: beiden talen zijn onontbeerlijk voor onze studenten. En voor een aantal komt daar Portugees nog bij.

Hoe de taalsituatie op Nederlandse universiteiten er over vijftig jaar uit gaat zien? Ik denk dat het dan allemaal Engels is. En ik vind dat prima. Ik ben zelf erg internationaal ingesteld, dus niet zo gefocusseerd op Nederland. Reaching out to the world … Alleen maar goed.

Advertisements

Write your text here!

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s